Dé gemiste kans
Door Robin - 12-09-2011 om 17:19  (Laatst gewijzigd door Robin - 13-09-2011 om 00:27)Elke crisis biedt uitdagingen, nieuwe mogelijkheden. Crisis betekent in het Japans hetzelfde als kans. Milton Friedman gaf in een van zijn meest invloedrijke essays aan dat een crisis het moment is om een definitieve beweging te forceren. Hoewel deze toonaangevende econoom/ filosoof behoorlijk rechts is, heeft hij in deze wel een sterk punt. De crises van de laatste jaren zijn politiek gezien de kans om ideologisch een slag te slaan: het WAS het uitgelegen moment.
De jaren '60 en '70 waren voor een groot deel beïnvloed door het Keynesiaanse model. Dat hield grofweg in dat de overheid veel invloed moest hebben. Het Keynesiaans model heeft gezorgd voor de verzorgingsstaat en zorgde voor de oplossing op het doorgevoerde laissez-faire van voor de Grote Depressie in de jaren ’30. Deze strategie van deregulering en het loslaten van controlerende instituties is ook nu desastreus gebleken, het was de bakermat voor het ontstaan van de kredietcrisis.
Toen Reagan (VS) en Thather (VK) het roer overnamen in het begin van de jaren '80 ging het roer om. Het monetarisme, de economische school waaruit het neoliberalisme haar grondslag vindt, was de leidraad. Het zorgde wereldwijd voor een verzwakte positie van links, dat zich altijd tegen marktwerking schaarde. Maar het neoliberalisme had in eerste instantie wel effect. De marktwerking zorgde voor meer efficiency en effectiviteit. De PvdA moest in het defensief, het was een uiterst vruchtbare politieke tijd voor rechtse partijen: De VVD is dan ook de laatste dertig jaar het meest aan de macht geweest. De jaren '80 kenden veel pieken en dalen. Mede dankzij de technologische vooruitgangen en wereldwijde economische hoogconjunctuur ontstond er het economisch gezien in de jaren '90, voornamelijk onder Paars I en II, een zeer gunstig klimaat in Nederland.
Vanaf 2000 ging het mis. De internetcrisis, het kunstmatige herstel, de kredietzeepbel, de instortende huizenmarkt, de zwalkende financiële sector en nog veel meer macro-economische fiasco's zorgen voor de grote schuldencrisis, waar we nu in beland zijn.
Geschiedschrijvers en economen zijn het veelal eens over het feit dat het (neo-)liberalisme gefaald heeft.. Bovendien blijkt alsmaar meer dat 'marktwerking als oplossing' in de praktijk een illusie is. De gezondheidszorg is misschien wel het beste voorbeeld. De topmanagers van zorginstellingen verdienen miljoenen aan bonussen, terwijl de kwaliteit al jarenlang het 'zorgenkindje' is.
In de jaren '80 (na oliecrises) zorgden rechtse politici voor een ideologische omslag. De kredietcrisis en schuldencrisis zouden voor linkse politici (voor PvdA) aanleiding moeten zijn om af te stappen van dit neoliberale beleid en het publiek een alternatief te bieden. Dit is niet gebeurd onder Wouter Bos en gebeurd nu geheel niet onder het bewind van Job Cohen en bestuursvoorzitter Ploumen. Tijdens de verkiezingscampagne was hier uitgebreid de kans toe, aangezien Minister van Financiën Bos dmv adequaat overheidsingrijpen (Keynesiaans) Nederland door de kredietcrisis heeft geleid. Bovendien is er door meerdere nieuws- en actualiteitenprogramma's het thema geagendeerd, nog erger de economische situatie (bezuinigen) was het belangrijkste verkiezingsthema. De VVD won op dat thema. De partij die juist wilde bezuinigen toen de crisis uitbrak, dat zou een desastreuze fout blijken, waar de VVD het liever niet meer over heeft. Het ergste was nog dat politiek leider Cohen zich liet aanpraten niet over genoeg economische kennis te beschikken. Resultaat: het meest rechtse kabinet ooit. Er is dus een duidelijk verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Al met al een gemiste kans om het politieke landschap te hervormen.
Het lijkt nu te laat, het enige wat de doorsnee Nederlander op het moment vooral bezighoud is de integratieproblematiek. De oplettende burger ziet dat dit kabinet de problemen groter maakt, misschien dat de PvdA zich op dit punt sterker naar buiten toe weet te profileren.
Een kritisch stuk van een kritisch lid.
(Jeroen Wagenaar)
